Samengesteld door Helen Stroosma

Een stad op de drempel van de 20ste eeuw

In het Dordrechts Museum was van oktober 2017 tot juni 2018 een fototentoonstelling te zien met deze titel. Deze webtentoonstelling is geen exacte kopie van die tentoonstelling. Door een iets gewijzigde selectie is het mogelijk om over sommige foto’s wat meer uit te wijden dan op een bijschrift in een museumzaal mogelijk is. Omdat er voor gekozen was om alleen originele afdrukken te gebruiken waren er in de tentoonstelling geen foto’s te zien die alleen als glasnegatieven in onze collectie zitten. In deze webpresentatie zijn dus ook enkele glasnegatieven opgenomen.

‘Verstild Dordrecht: op de drempel van de 20ste eeuw’ geeft een beeld van Dordrecht aan de vooravond van de industrialisatie en de snelle uitbreiding van de stad. De foto’s gemaakt tussen ongeveer 1860 en 1910 tonen niet alleen de pittoreske binnenstad, maar ook het praktisch lege buitengebied en de aanleg van oeverbindingen, zoals de spoorbrug naar Moerdijk en Zwijndrecht.

‘Verstild’ betekent stiller of geheel stil geworden. De ideale uitdrukking dus om foto’s mee te beschrijven. De fotograaf is immers in staat om met een druk op de knop alles voor zijn lens even stil te zetten. In een werkelijkheid was het helemaal niet stil in die laatste decennia van de 19de eeuw. Dordrecht was juist in beweging. Er werd een station gebouwd, spoorbruggen en een nieuw hotel en de stad breidde zich uit tot voorbij de stadsmuren. Slechts hier en daar bleef een poort of een stukje muur staan. In de havens maakten de zeilschepen plaats voor stoomschepen. Buitenplaatsen veranderden in stadsparken. Een voor een verdwenen de molens. In zo’n stad was het dus alles behalve stil.

 

Van schilderachtig naar fotogeniek

Dat Dordrecht, een stad die eeuwenlang is geschilderd, ook op fotografen een grote aantrekkingskracht uitoefende, blijkt wel uit de talrijke foto’s die er van de stad gemaakt zijn. Naast foto’s van bekende fotografen als Julius Perger, Johann Georg Hameter en Hendricus Johannes Tollens zijn er talrijke foto’s van onbekend gebleven fotografen. Bekend of niet, hun foto’s tonen de stad in al haar facetten.

De aantrekkingskracht van Dordrecht komt vooral door haar ligging aan het water. Dit levert fraaie plaatjes op.

 

Stad aan het water

De stad is van alle kanten gefotografeerd. Vanaf het water, vanaf Zwijndrecht en ook van boven. Vanaf de Grote Kerk en vanaf de pas gebouwde watertoren. De stad is het decor voor riviergezichten, verstilde beelden van schepen op het water met een ondergaande zon, rivierstrandjes op een zomerse dag of ijspret op de dichtgevroren Maas.

Behalve dat soort sfeervolle beelden is ook de bedrijvigheid in de havens vastgelegd, eerst zien we daar nog zeilschepen maar gaandeweg komen er steeds meer stoomschepen te liggen.

 

Dordt voor verzamelaars

 

De weidse riviergezichten zijn heel anders van sfeer dan de foto’s van de binnenhavens die werden gekozen als onderwerp voor series ansichtkaarten. Ze ogen wat professioneler maar zijn ook wat statischer.

Dit was het ‘schilderachtige’ Dordt. Wat in Amsterdam een gracht wordt genoemd, noemen wij havens. En van die havens werden hele series foto’s gemaakt. Ze werden uitgegeven als ansichtkaart maar ook op een groter formaat in een fraaie portefeuilles speciaal voor verzamelaars.

Dankzij de catalogus van Dordracum Illustratum – de verzameling van Simon van Gijn – weten we dat hij ook verschillende van deze series heeft verzameld. Die series bestaan voor het grootste deel uit dezelfde foto’s maar met een ander sierrandje en een ander lettertype op het opzetkarton.

De fraaiste stadsgezichten zijn vertegenwoordigd: Grote Kerk, Stadhuis, Groothoofdspoort, Wijnhaven, Kalkhaven, Nieuwe Haven, Voorstraatshaven allemaal zijn ze van hun beste kant gefotografeerd.

Van boven

De Grote kerk was eeuwen lang de enige plek van waaruit men de stad kon overzien.

 

Op deze ansichten zien we het panorama vanaf de kerk naar het oosten en naar het westen.

 

Uitgelicht: Op een mooie zomerdag

Er is veel te zien op deze foto. Zo veel dat je eigenlijk niet weet waar je eerst naar moet kijken. Langs de kade, leiden de bomen en de kaderand  je naar de horizon aan de rechterkant van het beeld. In het midden van de foto lokt de watertoren van Zwijndrecht. Het huppelende meisje, hoewel niet helemaal scherp en ook op het randje van het beeld maakt de foto bijzonder. Door haar wordt het een zomerse dag aan de rivier. Afgaand op wat er op de foto scherp is,  lijkt de fotograaf zelf zich vooral op de steiger en het hijsen of strijken van de zeilen hebben gericht. Maakt deze onduidelijkheid het een minder geslaagde foto?

IJs is verstild water

We kunnen het ons haast niet meer indenken maar met enige regelmaat zorgden de strenge winters van vroeger dat de rivier dichtvroor en dat het ijs zelfs dik genoeg was om er met voertuigen overheen te rijden.

 

De verdwenen stad

Toen Dordrecht zich in de 19e eeuw buiten de stadsmuren uitbreidde, werden – voor zover dat niet al was gebeurd – de veel stadspoorten gesloopt. Open plekken in de stad werden volgebouwd. Van de talrijke molens die de stad rijk was, is er nog maar één over. Gelukkig waren het niet alleen markante gebouwen die werden gefotografeerd, en daarom weten we ook van bescheiden bouwsels dat ze ooit bestaan hebben.

Terugkijkend zijn het niet alleen gebouwen die verdwenen. Zaken die niet direct in het oog springen, verdwenen bijna ongemerkt uit het straatbeeld. Sloten langs singels: gedempt, bomenrijen: gekapt, spelende kinderen op straat: verdwenen achter hun laptops, tramrails: vervangen door lijn 20.

Verdwenen panden

De Minnebroers- of Kruittoren aan de Vest, vanaf het Vrieseplein, circa 1860.

 

Stadswapenhuis op de hoek Vest en Steegoversloot, circa 1864.

 

Verdwenen of veranderd?

“In 1912-1913 naar ontwerp van de architect Anthonie Ek gebouwde SPAARBANK, in de stijl van het Eclecticisme. ”

Met deze woorden staat het gebouw van de Nutsspaarbank beschreven op de site van Rijksmonumenten. Op zich staat er niets verkeerds maar de hele waarheid is het niet. Uit vroegere foto’s van deze locatie blijkt dat er vóór 1912 al een bank stond, en dat die qua indeling wel heel veel weg heeft van het gebouw uit 1912.

 

Op eerste foto, uit 1875, is het een gebouw van twee verdiepingen, ongeveer 35 jaar later is er een verdieping bovenop gekomen maar is de gevelindeling en de vorm van de ramen nog vrijwel hetzelfde.

En dan krijgt het pand in 1912/13 een facelift in een heel andere stijl. Toch lijkt het alsof de indeling van het oorspronkelijke gebouw grotendeels is gehandhaafd maar dat er een stuk naast en achter is gebouwd. Op deze manier zijn er wel meer gebouwen ‘verdwenen’.

 

Een ander ‘verdwenen’ gebouw is het pand aan de Blekersdijk. Het staat er nog steeds maar als men op zoek gaat naar een vrijstaande villa zal men het over het hoofd zien omdat het in de loop van de eeuw volledig is ingebouwd.

Uitgelicht: Het wilde westen of toch de Steegoversloot?

Deze foto doet meer denken aan een filmset dan aan een foto van een echte stad. Dat komt omdat er geen enkele tekening in de lucht zit en omdat er geen mensen te zien zijn. In veel vroege foto’s is de lucht overbelicht en oogt het als een leeg wit vlak. Dat komt doordat  fotografen hun belichting aanpassen aan het onderwerp. Pas later kon men door het gebruik van geel- en roodfilters meer contrast in wolken partijen aanbrengen. Verder is er niemand op straat, en werpt de zon een diepe schaduw langs de huizen aan de linker kant. Deze combinatie van factoren geven de foto iets filmisch.  Alsof ieder moment de sheriff op zijn paard kan verschijnen..

De straat ligt er weliswaar geheel verlaten bij, maar toch wordt er gewerkt. Kijk maar naar de ladders tegen het huis op de hoek van de Schoolstraat. Waar is iedereen? Schaftijd misschien? Gezien de schaduw ( de zon staat hoog) zou dat kunnen. Toen heette het nog geen Schoolstraat. Kijk even goed achter de tweede ladder. Daar is de gietijzeren leuning van een bruggetje te zien. Dit bruggetje ligt over de sprant, (lees: open riool) die van de Lindengracht – tegenwoordig Museumstraat –  naar de Vest loopt. Verderop is de Sint Jorisdoelen te zien: het hoogste dak met windvanen.

De foto is gemaakt in 1865. Op latere foto’s van het Steegoversloot zijn twee bomenrijen te zien. En op eerdere foto’s, als die er zouden zijn, zouden ook bomen te zien zijn geweest. Die werden rond 1814 geplant. Wat voor sommige bewoners een welkome bron van schaduw was, werd door anderen ervaren als ongewenste verduistering. Goed voor jarenlang geharrewar in de gemeenteraad. Tussen 1814 (geplant), 1856 gerooid en 1898 (weer geplant) woedde er een bomenoorlog aan de steeg. Tegen: bomen namen het licht weg en veroorzaakten ziekten; voor: zonder bomen geen schaduw dus slecht voor oudere mensen. Zouden ze met dit in gedachten het woord ‘gehakketak’ hebben bedacht? Uiteindelijk gaf het argument dat het Steegoversloot ooit zo’n mooie straat was geweest met haar bomenrijen de doorslag bij de gemeente raad en werden er in 1898 weer bomen geplant.

Wat vertelt deze foto ons nog meer?

Gelet op het kleine stukje muur links blijkt dat de foto vanaf een hoger standpunt is genomen, want we kijken bovenop het muurtje. Wie het Steegoversloot van nu kent zal zich afvragen hoe dat kan, zo’n hoog standpunt vanaf het midden van de straat?

 

Dat kan omdat de Sint Jorispoort in 1863 nog niet was afgebroken, dat gebeurde pas in 1866. Kijk , hier vandaan is de foto genomen. Links is weer het hekwerk over de sprant te zien. En uiterst rechts is het poortgebouw van waaruit de foto is genomen.

 

Buiten

Laten we in gedachten maar gelijk door deze poort gaan, we zijn er nu toch. En dan komen we in het gebied uit wat later werd aangeduid als de 19e eeuwse schil. Een gebied in transitie. Aan het begin van de eeuw nog grotendeels onbebouwd, met wat blekerijen, weiden, moestuintjes en af en toe een buitenplaats van welgestelde familie.

 

Maar wat eens buiten de stad werd gebouwd als buitenplaats, kon door uitbreiding van de stad binnen de stad terechtkomen. Een foto van een rij knotwilgen langs een slootje is nu de plek van een drukke weg. Tuinen van vroegere buitenplaatsen zijn opgegaan in stadsparken als Merwestein en Weizigt.

Een tweetal foto’s uit 1866 van de tuin van Villa Soekasari, aangelegd in ‘natuurstijl’ doen haast oerwoudachtig aan. Het ‘oerwoud’ is de tuin van villa Soekasari, een strook aan de noordelijke kant van park Merwestein. Dit stuk land was eigendom van Mr. Herman Otto van der Linden van Snelrewaard (in 1839 in Dordrecht geboren). Na zijn studie rechten vertrok hij naar Batavia.  Hij maakte reizen door China en Japan en was duidelijk geïnspireerd door deze oorden. Want na zijn terugkeer, in 1882,  laat hij op het land van zijn moeder een Oost-Indisch lusthof aanleggen.

De 19de-eeuwse villa waartoe dit gebied oorspronkelijk behoorde, heette Soekasari, wat zoveel betekent als “Ik vind er iedere dag genoegen in”. Het is maar de vraag of hij er iedere dag genoegen aan beleefde want de aanleg van park Merwestein heeft hem behoorlijk dwars gezeten. Zijn ideeën over tuinaanleg strookten in het geheel niet met de keurig aangeharkte paden en borders die de architect van het park voor ogen had.

 

Vooruitgang

Tot halverwege de tweede helft van de 19e eeuw was Dordrecht alleen over water te bereiken. In 1866/1867 werd begonnen met de bouw van de spoorbruggen tussen Dordrecht en respectievelijk Moerdijk en Zwijndrecht. Fotografen als Julius Perger (1840-1924) en Johann Georg Hameter waren gefascineerd door deze industriële projecten. Hun fraaie foto’s van de bruggen en van het station behoren tot het beste wat er in die periode op het gebied van industriële fotografie is gemaakt. Het waren niet alleen de fotografen die gefascineerd werden door deze projecten. De eerste test van de Baanhoekbrug trok in mei 1885 veel bekijks en zelfs de bouwput van de Zwijndrechtsche brug is geworden tot het toneel van een uitstapje.

‘Hoe doordacht hij zijn vak beoefende, blijkt vooral uit twee opnamen van het station Dordrecht uit 1872. De manier waarop de mensen in het beeld staan, valt allereerst op. Door exact te bepalen wie waar en hoe moest komen te staan, heeft Perger als een regisseur het totaalbeeld in scène gezet. Dezelfde figuranten keren terug in beide foto’s, soms staande in eenzelfde houding op ongeveer dezelfde plek.

De foto’s krijgen hierdoor een spiegelbeeldig effect, hetgeen geaccentueerd wordt doordat Perger in beide gevallen koos voor eenzelfde kadrering en lichtval. Gezien dit laatste moet hij minstens een halve dag hebben gewacht op de gewenste zonnestand. Met een gelijke standpuntkeuze bereikte hij dat zoveel mogelijk verticalen en horizontalen van de architectuur – kroonlijsten, hoekpilasters en schoorstenen – in elkaars verlengde doorlopen.’

Citaat uit Scherptediepte, 7e jaargang, nr. 14 (september 1990).

Uitgelicht: Een bouwput

Dat Perger ook wel eens wat minder scherpe foto’s produceerde bewijst deze foto. De foto is duidelijk in scene gezet, iedereen poseert.

Wat is nog meer te zien? Het is duidelijk een bouwput. Op de voorgrond liggen boomstammen op de grond, daarachter is te zien dat die stammen gebruikt worden als heipalen, getuige de vier stellages waarmee de palen de grond in worden geslagen.

 

Bij beter kijken valt op dat de foto niet op een doordeweekse dag is genomen. Er staan niet alleen werklui op, maar ook dames in lange wijde rokken en zelfs een vrouw met een kind op de arm. Een bouwput is kennelijk doelwit van een leuk dagje uit. Iedereen kijkt naar de fotograaf, ook de man bovenin de tweede heistelling van rechts. Hij staat er relaxed bij, één been opgetrokken, een elleboog op zijn bovenbeen.

Julius Perger fotografeerde vrijwel uitsluitend de aanleg van bruggen en spoorwegen. Qua scherpte is dit beeld ( gelukkig) niet kenmerkend voor zijn werk maar met wat extra inspanning valt er zoveel op te zien dat het toch een bijzondere foto is.

Het water achter de bouwput is de Oude Maas. Rechts, een schip met gestreken zeilen. Het wordt steeds duidelijker wat we zien: de beginfase van de bouw van de spoorbrug tussen Zwijndrecht en Dordrecht. De bouwput is de plek waar een van de pijlers van de brug moet komen aan de Zwijndrechtse kant. Aan de Dordtse kant van de rivier zijn twee molens te zien. De linker gaat bijna helemaal schuil achter de heipalen. Helemaal links steken nog wat masten uit van zeilschepen in de Kalkhaven.

 

Een eindje verder is nog een stukje water dat overbrugd moet worden, de Merwede bij Baanhoek. De foto van Johann Georg Hameter (1838-1885) laat een zeer merkwaardige optocht van locomotieven zien.

 

Maar alles wordt duidelijk als we het stukje in de Dordrechtsche Courant lezen van 29 mei 1885:

“De heden gehouden beproeving der spoorwegbrug over den Merwede bij Baanhoek, onder directie van den heer Ph. J. Waller, ingenieur bij den Staatsspoorweg, heeft in alle deele voldaan. De doorbuiging bij de 1e overspanning was 25mM, bij de 2e 25mM, bij de 3e 26mM, bij de 4e 42mM, bij de 5e 40mM en bij de 6e 24mM. De 4e en 5e overspanningen zijn die over de rivier. De belasting op de grootste overspanning bedroeg 403,000 KG. De uitkomsten strooken met de berekende doorbuiging.”

Gelukkig maar, want deze test lijkt meer op een feestje met zoveel toegestroomd publiek, het leed zou niet te overzien zijn geweest als het toen was mis gegaan. Ingenieur Waller was kennelijk nogal zeker van zijn zaak.

Twee hotels

Als we naar onderstaande foto’s kijken met de kennis van nu dan zie je hier twee hotels, Hotel Ponsen en Villa Augustus. Het eerste bestaat niet meer en het laatste is gebouwd als watertoren.

Ponsen was een van de vier grote hotels in Dordrecht. U ziet heel duidelijk dat er tussen Ponsen en de stad nog een hele strook onbebouwd terrein ligt. Meneer Ponsen was een gewiekste meneer en had al vroeg in de gaten dat Dordrecht zich aan het omdraaien was. Voor de komst van het spoor kwamen reizigers per schip aan bij het Groothoofd. Ponsen die een paar zetten vooruit dacht, kocht een stuk land tegenover waar het station zou komen en tegen de tijd dat de treinen reden, was Ponsen er klaar voor. In 1873 begon hij daar zijn café-restaurant.

Ook deze foto is dus weer in scene gezet wat niet heeft kunnen verhinderen dat het toch nog nodig was om de foto te retoucheren. Hier zien we de watertoren in de steigers staan. En waar zijn steigers anders voor dan erin te klimmen. Net als in de foto van Perger ook hier weer mannen op de toppen van hun kunnen.

Over toppen gesproken. Voor de komst van de luchtfoto’s genomen vanuit vliegtuigen moesten fotografen die panoramabeelden wilden maken van de stad zich behelpen met de toren van de Grote Kerk. Met de bouw van de watertoren kreeg de stad er een nieuw hoog punt bij. Nu kon er ook vanuit een noorderlijker hoogtepunt gefotografeerd worden.

Zoals deze foto van de balkengaten aan de Noordendijk laat zien.

Meer musea in Dordrecht ontdekken?

Voor actuele tentoonstellingen & praktische informatie